Voormalig burgemeester Stefaan de Clerck:
De maatschappelijke rol die deze eeuweling voor Kortrijk heeft gespeeld, kan nauwelijks overschat worden.
Vanuit verschillende hoeken werd de afgelopen jaren het debat gevoerd over de maatschappelijke rol van cultuur. Alleen een te beperkte, hoger opgeleide middenklasse zou cultureel actief zijn. Als reactie hierop werd vooral vanuit politieke hoek een discours gehouden voor meer participatie en meer sociaal engagement. Kortom, de tijd van maatschappelijke vrijblijvendheid moest voorbij zijn. Cultuur moest ontmoeten, verzoenen en verzoeten.
Thans mag de toneelvereniging Taal en Kunst haar honderdjarig bestaan vieren. Sinds haar stichting op 17 december 1907 tot vandaag heeft deze vereniging nooit het voorwerp uitgemaakt van dit debat. De maatschappelijke rol die deze eeuweling voor Kortrijk heeft gespeeld, kan nauwelijks overschat worden.
Al honderd jaar krijgen Kortrijkse acteurs de kans om zich op een artistiek hoog niveau voor te stellen aan het altijd talrijk opgekomen publiek. Al honderd jaar zetten technici en bestuursleden zich onverdroten, en het mag benadrukt worden - vrijwillig - in om het verenigingsleven in Kortrijk kwalitatief kleur te geven. Vol gezelligheid, met een lach en een traan.
Generaties toeschouwers waarderen bijzonder de fijne humor en de bevlogen gedrevenheid waarmee Taal en Kunst telkenmale verrast. Taal en Kunst vervult met verve de rol die aan het middenveld wordt toebedeeld. Ze verbindt arm, rijk, oud, jong, kortom, ze laat de ganse Kortrijkse bevolking elkaar ontmoeten.
Het is dan ook met een werkelijk bijzonder genoegen en een warme erkentelijkheid dat ik Taal en Kunst feliciteer met haar honderdste verjaardag. Hoewel eeuwelingen fysiek het einde zien naderen, ben ik ervan overtuigd dat Taal en Kunst nog een mooie en lange toekomst tegemoet zal gaan. Omgekeerd, het is haar opdracht de taal en de kunst in de stad verder te bespelen!
Kortrijk dankt Taal en Kunst en wenst haar nog eens honderd jaar.
Deze pagina kwam mede tot stand dankzij het werk van Dr. jur. Alfred Deleersnijder, Albert Decleve, Jean Carlier en Louis Moens, en is gebaseerd op hun edities van de publicatie Zo leefde taal en kunst uit 1958 (eerste editie), 1978 (tweede editie), 1982 (derde editie) en 2007 (vijfde editie).