Sinds 17 december 1907 is toneelvereniging Taal en Kunst een vaste waarde in het culturele leven van Kortrijk. Wat begon als een gedreven groep toneelliefhebbers groeide uit tot een vereniging die al 120 jaar lang mensen samenbrengt rond spel, ontmoeting en verbeelding.
Doorheen de decennia veranderde de wereld, maar de kern bleef dezelfde: passie voor toneel, engagement van vrijwilligers en een sterke band met het publiek. Generaties acteurs, technici, bestuursleden en toeschouwers schreven samen het verhaal van Taal en Kunst, op en naast het podium, met humor en ontroering, met lef en vakmanschap.
Deze pagina neemt je mee door die rijke geschiedenis. Van de eerste stappen in het begin van de 20e eeuw tot het bruisende verenigingsleven van vandaag. Een verhaal van mensen, voorstellingen en momenten die Taal en Kunst maakten tot wat het nu is: een warme, verbindende toneelvereniging met een blik op de toekomst.
Voor we het verhaal van Taal en Kunst beginnen, kijken we even naar het toneelleven in Kortrijk aan het einde van de 19e eeuw. In De Geschiedenis van de stad Kortrijk (F. De Potter, 1974 – 2e deel) lezen we hoe verschillende verenigingen ontstonden om Vlaamse cultuur en podiumkunst te stimuleren.
Naast de eerder opgerichte Kruisbroeders waren er onder meer:
De Vredeminnaars (1810)
De Minnaars van Eendrachtigheid en Rechtvaardigheid (1837)
Eendracht en Vrede (1837)
Vrienden der Schone Kunsten (1844)
De Leeuw van Vlaanderen (1853)
Veel van deze verenigingen hielden het jammer genoeg niet lang vol. De Potter beschrijft hoe sommige kringen verdwenen nadat ze tijdelijk Kortrijkzanen warm hadden gemaakt voor toneel en Vlaamse cultuur. Het leven van amateurgezelschappen was onzeker. Gemeenten boden weinig financiële steun, waardoor verenigingen volledig afhankelijk waren van hun leden en publiek.
Volgens De Potter was dat een groot verschil met vroegere tijden, toen rederijkersgezelschappen wél ondersteuning kregen, omdat hun voorstellingen een bredere maatschappelijke waarde hadden en toegankelijk waren voor iedereen.
Naast het financiële probleem speelde nog iets anders mee: Kortrijk beschikte lange tijd niet over een degelijk ingerichte toneelzaal. Dat maakte het moeilijk om kwaliteitsvol theater te brengen en een vast publiek op te bouwen.
Tot slot waren sommige toneelkringen sterk verbonden met politieke strekkingen. Wanneer die politieke bewegingen verzwakten of verdwenen, verdwenen vaak ook de verenigingen die ermee verbonden waren.
Kortom: het toneelleven in Kortrijk kende tegen het einde van de 19e eeuw heel wat uitdagingen. Net in die context zou enkele jaren later Taal en Kunst ontstaan, klaar om wél blijvend wortel te schieten.
Taal en Kunst wilde van bij het begin kwaliteitsvol Vlaams toneel brengen in Kortrijk. Dat is geen toeval: de mensen die de vereniging oprichtten, waren sterk betrokken bij het culturele en maatschappelijke leven van de stad aan het einde van de 19e eeuw.
Verschillende initiatiefnemers kwamen uit de Katholieke Bond van Kortrijk, een vereniging die op haar beurt voortbouwde op de vroegere Burgerskring. De Katholieke Bond was gevestigd in herberg De Handboog in de Handboogstraat, eigendom van brouwer Louis Tack. Het bestuur wilde haar leden een brede culturele vorming aanbieden en degelijk Vlaams toneel zagen ze als het ideale middel.
De drijvende krachten achter het initiatief waren onder meer Louis Tack, Gustaaf Albers, Joseph Holvoet, Charles Ide, Steyt, Beernaert en Hulpiau. Vooral Gustaaf Albers en Joseph Holvoet worden beschouwd als de echte bezielers van het nieuwe toneelgezelschap.
De directe aanleiding kwam in oktober 1907. Na een voorstelling van L’Homme de la Forêt Noire door de Oud-Leerlingenbond van de École de la Providence, nodigden Albers en Holvoet enkele opvallende spelers uit voor een gesprek. Ze stelden voor om binnen de Katholieke Bond een Vlaamse toneelkring op te richten.
De uitgenodigde spelers waren Gaston Tanghe, Jules Verniest, Joseph Carlier, Oscar Steelandt, Alberic D’Hulst en Amand Lepere. Enkele vergaderingen later was de nieuwe vereniging een feit.
Op 17 december 1907 werd de toneelkring officieel opgericht onder de naam “Voor Taal en Kunst”, met als leuze “Geen rijker gunste dan Deugd en Kunst”. Het doel was duidelijk: leden laten groeien in toneelspel, liefde voor het podium stimuleren, en kwaliteitsvolle Vlaamse auteurs dichter bij het publiek brengen.
Het eerste bestuur bestond uit:
Erevoorzitter: notaris Charles Ide
Voorzitter: Louis Tack
Ondervoorzitter: Gustaaf Albers
Toneelmeester: Joseph Holvoet
Kort daarna telde de vereniging al een stevige groep enthousiaste spelers, onder wie Joseph Baelde, Joseph Carlier, Prudent Dupont, Alberic D’Hulst, Jan Holvoet, Armand Lepere, Armand Lievens, Oscar Steelandt, Gaston Tanghe, Jules Verriest, Maurice Wartop en Gustaaf Zwaenepoel.
Zo zag Taal en Kunst het levenslicht, klaar om een blijvende plaats in het Kortrijkse culturele landschap in te nemen.
Met veel doorzettingsvermogen en een groot geloof in hun project gingen de pioniers van Taal en Kunst vol enthousiasme aan de slag.
In 1908 stond de vereniging voor het eerst op het podium, in herberg De Handboog. Het debuutstuk was “De Zoon van de Werkstaker”. Een jaar later organiseerde de jonge toneelkring een liefdadigheidsavond met op het programma “De Gondeliers der Dood” en “Een gelukkig Ongeluk”. Daarmee was de toon gezet voor een rijk gevulde speellijst in de jaren die volgden.
In de beginjaren (1908–1911) werden uitsluitend stukken gespeeld zonder vrouwelijke rollen. De inzet van de leden was indrukwekkend: repetities, decors en kostuums werden vaak uit eigen zak betaald. Toneel maken was toen puur engagement en passie.
Op 26 november 1911 nam Taal en Kunst deel aan een toneelwedstrijd in Boom. Met de stukken “Een Oudejaarsavond” en “De eerste Hoofdrol” werd een mooie overwinning behaald: de vereniging kreeg de prijs voor beste uitspraak, en Gustaaf Zwaenepoel werd bekroond als beste komische acteur voor zijn rol als Baas Pekkens.
De jonge toneelkring had zich in enkele jaren tijd stevig op de kaart gezet.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam de werking van Taal en Kunst volledig tot stilstand. De vereniging verloor een van haar meest toegewijde leden: Armand Lievens, die als soldaat sneuvelde aan de IJzer.
In 1917 werd nog geprobeerd om samen met de Mariakring een benefietvoorstelling te organiseren ten voordele van Belgische krijgsgevangenen. Maar de bezettende overheid gaf geen toestemming, waardoor het initiatief niet kon doorgaan.
Alsof dat nog niet genoeg was, brak er brand uit in het lokaal van de Katholieke Bond. Decors en de bibliotheek van de vereniging gingen volledig verloren. De Katholieke Bond herstelde zich niet meer van deze ramp en droeg de oorlogsschade over aan Taal en Kunst. Zo ontstonden, wrang genoeg uit verlies, de eerste spaarmiddelen van de vereniging.
Op 28 december 1919 bracht Taal en Kunst de eerste toneelvoorstelling in Kortrijk na de Eerste Wereldoorlog. Dat gebeurde in de feestzaal van het stadhuis. De leden bouwden er zelf een podium, zonder één nagel in de muren te slaan, improvisatie en doorzettingsvermogen ten top. Op het programma stonden “Het Kruispunt” en “Mevrouw is op Reis”.
Met dezelfde stukken nam de vereniging op 11 januari 1920 deel aan een toneelwedstrijd in Turnhout, georganiseerd ter gelegenheid van het gouden jubileum van toneelkring Amicitia. Het resultaat mocht gezien worden:
Eerste prijs voor blijspel
Vierde prijs voor drama
Beste komische acteur: Jan Holvoet
Intussen werkte Kortrijk aan een eigen schouwburg. Al sinds 1903 bestonden er plannen voor een theatergebouw op de plek van het vroegere Kapucinessenklooster. Architect J.R. Vanhoenacker kreeg de opdracht, maar bij het uitbreken van de oorlog in 1914 was het gebouw nog niet afgewerkt. Tijdens de bezetting werd het ingericht als militair hospitaal. Na de oorlog werd de bouw hervat en in 1920 voltooid.
Op 12 december 1920 kreeg Taal en Kunst de eer om als eerste gezelschap in de nieuwe Kortrijkse schouwburg op te treden. Ze brachten “De Goudboer” van Ch. Birch-Pfeiffer. Een jaar later, op 11 juli 1921, volgde er een feestvoorstelling van “Jacob van Artevelde” ter gelegenheid van de Vlaamse feestdag. De krant Het Vlaamse Volk schreef toen:
“Taal en Kunst heeft de weg geopend voor grootse klassieke kunst in onze Vlaamse schouwburg.”
Ook buiten Kortrijk viel de vereniging in de prijzen. In 1922 werd Taal en Kunst in Oostende laureaat op de nationale toneelwedstrijd voor het zilveren jubileum van De Zeestar, met het stuk “Verleden”.
Jan Holvoet werd uitgeroepen tot beste dramaspeler
Mej. Harneveldt werd bekroond als beste speelster in drama én blijspel
De vereniging won ook prijzen voor taalzuiverheid en scenografie
En ontving de Gouden Erepenning van de Koning
In 1924 sloot Taal en Kunst zich aan bij het Katholiek Vlaams Toneelverbond. Oprichter Gustaaf Albers werd erevoorzitter, Jozef Holvoet voorzitter, en Gaston Tanghe bestuurslid.
Tegen 1926 stond er een stevig bestuur:
Erevoorzitter: Gustaaf Albers
Voorzitter: Jan Holvoet
Ondervoorzitter: Gustaaf Zwaenepoel
Secretaris: Asteric Capelle
Penningmeester: Gaston Tanghe
Toneelmeester: Jozef Holvoet
Tweede secretaris: Willem Goethals
Commissarissen: Jos Minon en Jules Verriest
In maart 1927 behaalde de vereniging de derde plaats in het Kortrijks tornooi voor eenakters, georganiseerd door het Kortrijks Toneelverbond. Datzelfde jaar werkte Taal en Kunst mee aan de jubileumvoorstelling “Het Masker” van W. Putman, ter ere van het vijftigjarig bestaan van toneelvereniging De Vlaamse Zonen.
Op 25 februari 1928 nam Taal en Kunst deel aan de VIe Landjuweelwedstrijd, georganiseerd in opdracht van Koning Albert I in de Koninklijke Nederlandse Schouwburg in Gent. Met de voorstelling “Het Masker” behaalde de vereniging een eervolle vierde plaats, én de prijs voor eenheid en zuiverheid van uitspraak. Jan Holvoet kreeg daarnaast een eervolle vermelding als speler.
De prestaties bleven niet onopgemerkt. Het stedelijk Toneelverbond (onder voorzitterschap van A. Sengier) en het Kortrijkse Schepencollege huldden Taal en Kunst voor deze mooie resultaten.
In 1929 volgde de VIIe Landjuweelwedstrijd in Borgerhout. Daar behaalde Taal en Kunst de tweede plaats met “Een Ideaal Echtgenoot” van Oscar Wilde. Eervolle vermeldingen gingen naar Jan Holvoet, Gustaaf Zwaenepoel, mej. Van Dorpe en mej. Rossenbacker.
In 1930 kreeg Taal en Kunst, in opdracht van Koning Albert I, de eer om zelf de VIIIe Landjuweelwedstrijd in Kortrijk te organiseren. Het gezelschap nam ook deel aan de wedstrijd met “Jacob van Artevelde” van Cyriel Verschaeve. Op zondag 6 april 1930 won Taal en Kunst de eerste prijs en mocht het de Landjuweelbeker mee naar huis nemen. Ook de prijs voor beste enscenering ging naar de vereniging. Jan Holvoet kreeg opnieuw een eervolle vermelding, met felicitaties van de jury.
Na afloop werd een afvaardiging van Taal en Kunst ontvangen op het koninklijk paleis door Koning Albert I. De delegatie bestond uit:
Erevoorzitter: Gustaaf Albers
Voorzitter: Jan Holvoet
Ondervoorzitter: Gustaaf Zwaenepoel
Regisseur: Jozef Holvoet
Bestuursleden: Alberic D’Hulst, Jozef Minon, Jules Verriest, Willem Goethals
Leden: Noël Lefevere, Victor Desmet, Hilaire Coornaert, Maurice Mattelaer, Henri Quartier, Cyriel Steenmeyer en Alfred Ottevaere
In 1931 organiseerde Taal en Kunst opnieuw het Landjuweel in Kortrijk, deze keer de IXe editie. De wedstrijd werd gewonnen door de Sint-Augustinuskring uit Antwerpen met “Othello” van Shakespeare. Taal en Kunst verzorgde het slotoptreden buiten wedstrijd met “Een Failliet” van Jozef Boon.
De officiële prijsuitreiking vond plaats op 28 juni 1931, met een uitgebreid feestprogramma:
8.30 u: Misviering in de Sint-Michielskerk, gevolgd door een groepsfoto in het stadhuis
10.30 u: Ontvangst van de deelnemende gezelschappen in het Middenstandshuis
11.30 u: Stoet naar het stadhuis met de prijswinnaars
12.00 u: Officiële prijsuitreiking
13.30 u: Feestbanket voor de leden en hun partners
Foto van Taal en Kunst genomen bij de prijsuitreiking van de 9de Landjuweelwedstrijd te Kortrijk
In mei 1932 overleed medeoprichter Joseph Holvoet. Het bestuur bestond toen uit:
Voorzitter: Jan Holvoet
Ondervoorzitter: Gustaaf Zwaenepoel
Secretaris: Maurice Delaere
Adjunct-secretaris: Hilaire Coornaert
Penningmeester: Jozef Minon
Bibliothecaris: Henri Quartier
Commissarissen: Jules Verriest en Alfred Ottevaere
Datzelfde jaar kreeg Taal en Kunst het recht om de titel “Koninklijk” te dragen.
Op 11 december 1932 vierde de vereniging haar 25-jarig bestaan. Na een feestelijke mis en de wijding van het nieuwe vaandel volgde een jubileumbanket. Op 18 december werd in de Stadsschouwburg een feestvoorstelling gebracht van “Nina”, geregisseerd door Michiel van Vlaenderen. Na afloop werden de stichters uitgebreid gehuldigd.
In 1934 zag het bestuur er als volgt uit:
Voorzitter: Gustaaf Zwaenepoel
Ondervoorzitter: Hilaire Coornaert
Secretaris: Maurice Delaere
Penningmeester: Jozef Minon
Bestuursleden: Henri Quartier, Alfred Ottevaere, Raoul De Paepe en Cyriel Steenmeyer
In 1935 nam Taal en Kunst met “Onder een Dak” met succes deel aan de Provinciale Toneelwedstrijd in Zwevegem.
Van links naar rechts:
zittende: Cyriel Steenmeyer - Paul Zwaenepoel - Jozef Geers - Jules Verriest - Willem Goethals - Gustaaf Zwaenepoel - Joseph Holvoet - Joseph Minon - Alfred Ottevaere - Henri Quartier - Gustaaf Albers - Antoon Daumerie - Etienne Vandeputte - Marcel Vuylsteke
staande: Adolf Vandeleene - Arthur Degrijse - André Declercq - Gérard Couvreur - Victor Desmet - August Debo - Jan Holvoet - Maurice Delaere - Gaston Tanghe - Maurice Mattelaer - Georges Vauterin - Noël Lefevere - Raoul Depaepe - Gaston Verhelst
(behoudens vergissingen in de naamgeving)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de werking van Taal en Kunst opnieuw stil. Een aantal leden bleef echter actief als oud-leerlingen en speelde toneelvoorstellingen in het St.-Jozefsinstituut. Op het programma stonden onder andere:
Wat niet sterven kon (1941)
Het Voorste Legioen (1942)
Robert en Bertrand (1943)
Bij het wassen van de Vloed
Hoe raak ik mijn Geld kwijt
Ook persoonlijk was deze periode zwaar voor de vereniging. In 1940 overleed Gustaaf Albers, erevoorzitter en medeoprichter van Taal en Kunst, en in 1942 volgde het overlijden van Gustaaf Zwaenepoel, voorzitter en medestichter.
Na de Tweede Wereldoorlog hervatte Taal en Kunst direct zijn activiteiten. Omdat de Koninklijke Stadsschouwburg nog niet beschikbaar was, werden in april 1945 twee voorstellingen gebracht in de zaal van het St.-Jozefsinstituut: Waar God Richt en De Luitenant op Reis.
Op 21 oktober 1945 keerde de vereniging terug naar de stadsschouwburg met de voorstelling De Rozenkrans.
De naoorlogse periode startte met ongeveer 40 leden. Het eerste bestuur van 1946 bestond uit:
Voorzitter: H. Coornaert
Ondervoorzitter: Camiel Verhelst
Secretaris: Albert Declève
Penningmeester: Jos. Minon
Bibliothecaris: Cyriel Steenmeyer
Bestuursleden: Willy Clement, Roger Depoortere, Henri Quartier
Op 2, 3 en 4 augustus 1947 nam Taal en Kunst deel aan de uitwisseling Almelo – Kortrijk, met een succesvolle voorstelling van De Gebroeders Karamazov van Dostojevski in Almelo.
In 1948 nam de vereniging deel aan het Landjuweel in Gent. De keuze viel op Starkadd van Alfred Hegenscheidt. De pers was lovend over de uitvoering, maar de officiële uitslag viel tegen. Albert Declève kreeg een eervolle vermelding voor zijn rol als Ingel. Met hetzelfde stuk won de vereniging de eerste prijs met grootste onderscheiding tijdens de Taalwedstrijd van het A.W.T.
Het veertig jaar jonge Taal en Kunst telde toen 40 actieve leden en 623 abonnees, toen ereleden genoemd. Datzelfde jaar werden G. Tanghe, Jos. Minon en H. Quartier onderscheiden in de Nationale Orden voor hun jarenlange inzet in het toneel.
In juli 1952 leverde Taal en Kunst dertien sprekende rollen voor het Massaguldensporenspel, dat op de Grote Markt werd opgevoerd ter gelegenheid van de 650ste herdenking van de Guldensporenslag.
Na 25 jaar als schatbewaarder te hebben gefungeerd, nam Jos. Minon ontslag en werd opgevolgd door Karel Everaert. In datzelfde jaar overleed Gérard Couvreur, een van de beste acteurs van de vereniging.
In 1955 promoveerde Taal en Kunst met de voorstelling Volpone met de grootste onderscheiding naar de 1ste categorie.
Het toneelseizoen 1957-1958 stond in het teken van een bijzonder jubileum: 50 jaar Taal en Kunst. Het werd een feestelijke viering, met een gevarieerd programma: een galavoorstelling van De Gecroonde Leersse van Michiel De Swaen, geregisseerd door William Van Hove, een plechtige dankmis in de Sint-Michielskerk, en een academische zitting in het stadhuis, gevolgd door een officiële receptie aangeboden door het stadsbestuur.
Bestuur:
Coornaert Hilaire
Clement Willy
Deleersnijder Alfred
Everaert Karel
Denis Leon
Hubrecht Gustaaf
Naessens Michiel
Verfaillie Carlos
Leden:
Mevrouw Ameye-Vervaecke
Mevrouw Clement Willy
Mevrouw Naessens Michiel
Mevrouw Tanghe Albert
Mejuffer Depoortere Christiane
Mejuffer Duquesne Monique
Mejuffer Steenhoudt Oda
Mejuffrouw Supplie Marg.
Bauttemans John
Carlier Jean
Carlier Maurice
Coornaert Emiel
Debo August
Declève Albert
Depoortere Roger
Deneckere Luc
Depaepe Raoul
Goethals Alex
Carlier Jean
Quartier Henri
Samaillie Raoul
Soen Gaston
Steenhoudt Lieven
Sustronck Joris
Tanghe Albert
Tanghe Gaston
Vandeleene Adolf
Van Hove William
Verfaillie Richard
Het jubileumfeest van 1957-1958 werd op 15 december afgesloten met een feestbanket, waarbij hulde werd gebracht aan de volgende verdienstelijke leden:
Gaston Tanghe: medeoprichter en 50 jaar lid
Hilaire Coornaert: voorzitter, 35 jaar lid
Emiel Coornaert: voorzitter van het Propagandacomité, 35 jaar lid
August Debo: 30 jaar lid
Raoul De Paepe: 30 jaar lid
Adolf Vandeleene: 30 jaar lid
Willy Clement: 25 jaar lid
Marguerite Supplie: 25 jaar trouwe medewerking
Eerder waren al Jos Minon en Henri Quartier gehuldigd voor hun respectievelijk 39 en 37 jaar lidmaatschap.
In 1959 overleed Emiel Coornaert, voorzitter van het Propagandacomité. Door een samenloop van ongelukkige omstandigheden kon Taal en Kunst in 1960 niet deelnemen aan het Provinciaal Toneeltornooi voor kringen van de Eerste Categorie, waardoor de vereniging werd ingedeeld in de Tweede Categorie. In juli 1960 nam de vereniging deel aan de Praalstoet der Nederlandse Taal, met een uitbeelding van de groep Van den Vos Reynaerde.
Op 10 september 1960 kreeg Taal en Kunst een zware klap door het plotselinge overlijden van voorzitter Hilaire Coornaert. Alfred Deleersnijder volgde hem op als voorzitter. Het bestuur bestond toen verder uit:
Ondervoorzitter: R. Depoortere
Secretaris: J. Sustronck
Penningmeester: K. Everaert
Bestuursleden: L. Denis, J. Carlier, A. Declève en C. Verfaillie
In maart 1962 nam Taal en Kunst deel aan het Provinciaal Toneeltornooi met Montserrat van Emmanuël Robles. De regie was in handen van Ant. Vander Plaetse, die er met dit stuk de grootste onderscheiding behaalde (90% van de punten). Hierdoor keerde Taal en Kunst terug naar de Eerste Categorie.
Het jaar daarop drong de vereniging met Zeven Kreten op Zee van Alejandra Casona door tot de Erecategorie van de liefhebbersgezelschappen in West-Vlaanderen. Ook hier stond A. Vander Plaetse in voor de regie.
In deze periode verloor de vereniging enkele van haar trouwste leden: op 28 oktober 1963 overleed Jos Minon, en op 19 december 1965 stierf Adolf Vandeleene.
Het zestigjarig jubileum in 1967 werd groots gevierd. Op 17 december 1967, precies 60 jaar na de oprichting, vond om 11 uur in de Sint-Maartenskerk een plechtige dankmis plaats, opgeluisterd door het zangkoor Pro Ecclesia. Daarna volgde een officiële receptie op het stadhuis, en in de feestzaal van het Middenstandshuis genoten de leden van een jubelbanket.
Ter gelegenheid van dit jubileum werd in het lokaal ook een retrospectieve tentoonstelling georganiseerd, onder het motto: “60 jaar Taal en Kunst”.
Het bestuur tijdens het jubileum bestond uit:
Voorzitter: A. Deleersnijder
Ondervoorzitter: R. Depoortere
Secretaris: M. Coornaert
Penningmeester: K. Everaert
Bestuursleden: G. Barrezeele, J. Carlier, J. Sustronck en C. Vandorpe
Op 15 december 1970 nam Taal en Kunst deel aan het Provinciaal Toneeltornooi met Wacht tot het donker is van Fr. Knott. Onder de regie van Walter Moeremans behaalde de vereniging 86% van de punten en een verdienstelijke derde plaats, waarmee ze zich handhaafde in de Erecategorie.
In de laatste jaren was er echter een merkbare terugloop in de belangstelling voor het gesproken toneel. Om meer toeschouwers naar de schouwburg te trekken, zocht de vereniging naar volkse stukken in gewesttaal, die makkelijker de verbeelding van het brede publiek zouden aanspreken. Eerder, tussen 1962 en 1965, werd al geëxperimenteerd met werken als Slisse en Cesar, Slisse bouwt en De Pronostiekburgemeester.
In het seizoen 1968-1969 werd deze lijn verdergezet met het populaire stuk Paradijsvogels van G. Maertens. Het werd een groot succes: nog nooit eerder trok eenzelfde stuk zoveel toeschouwers naar de schouwburg.
Daarna volgden nog meer volkse werken, zoals De Wonderdoktoor van Jos. Janssen en Bij Tante Wanne van de bekende Gentse acteur en toneelschrijver Romain De Coninck, die zelf de regie van zijn stuk verzorgde.
Toch betekende dit niet dat Taal en Kunst zich uitsluitend op volkse stukken richtte. In dezelfde periode werden ook serieuze en hoogstaande werken opgevoerd, zoals Van Muizen en Mensen, Montserrat, Zeven Kreten op Zee en De Dood van een Handelsreiziger.
Het doel van de vereniging is altijd geweest, en zal dat blijven, een gevarieerd repertoire te brengen, zodat een zo breed mogelijk publiek bereikt kan worden.
In 1969 werd in het stedelijk Cultureel Centrum het Arenatheater in gebruik genomen. Sinds enkele jaren was er een duidelijke trend richting theater in Arenavorm, en Taal en Kunst greep de kans om ook in dit genre actief te zijn.
Vanaf het begin trad Taal en Kunst op in het nieuwe Arenatheater. De eerste voorstelling vond plaats op 25 januari 1970: Wie krijgt een baby?, een sprankelende komedie van H. Sturm en F. Jabostetter. De regie was in handen van M. & H. Lomme-Scherpereel, die eerder al ervaring hadden met dit type theater. Het stuk was een groot succes en het publiek was direct enthousiast over deze nieuwe vorm van toneel.
In deze periode kreeg de vereniging ook te maken met persoonlijk verlies. Op 13 februari 1971 overleed Willy Clement, die in de laatste jaren een van de populairste acteurs en meest toegewijde leden was. Slechts een jaar later, op 2 maart 1972, overleed zijn echtgenote Yvonne Clement-Deen, destijds onbetwist de eerste actrice van Taal en Kunst.
Het dubbele overlijden van Willy Clement en Yvonne Clement-Deen betekende voor het gezelschap een zware klap en werd door alle Taal en Kunsters diep gevoeld. Het had ook een duidelijke impact op het spelerspotentieel van de vereniging. Dankzij veel inzet en goede wil slaagde Taal en Kunst erin dit verlies te overwinnen en het eerder bereikte niveau te behouden.
Vanaf het seizoen 1969-1970 programmeerde de vereniging drie stukken per seizoen in plaats van twee. Om tegemoet te komen aan de wensen van het publiek werden vanaf 1974-1975 twee voorstellingen in het Arenatheater gebracht en slechts één op het klassieke podium van de schouwburg.
Deze uitbreiding bracht nieuwe uitdagingen met zich mee, zoals een groter aantal opvoeringen per werk door de beperkte capaciteit van het Arenatheater. Waar vroeger per seizoen slechts zes vertoningen werden opgevoerd, steeg dit aantal nu naar 20 à 25 voorstellingen, wat vanzelfsprekend een grotere inspanning van de leden vergde.
Op 19 februari 1973 nam M. Coornaert ontslag als secretaris van de vereniging. Hij werd opgevolgd door J. Carlier. Het bestuur bestond toen uit:
Voorzitter: A. Deleersnijder
Ondervoorzitter: G. Hubrecht
Secretaris: J. Carlier
Penningmeester: K. Everaert
Commissarissen: A. Declève, M. Lomme en L. Moens
In maart 1974 verdedigde Taal en Kunst zijn plaats in de Erecategorie tijdens het Provinciaal Toneeltornooi. De keuze viel op De Methode Ribadier van G. Feydeau, onder regie van R. Dewilde. De vereniging behaalde de eerste prijs van de Provincie met 81,50% van de punten, waarmee ze haar positie in de categorie behield.
Op 20 december 1974 werden na een voorstelling van Slisse en Cesar in de rookzaal van de schouwburg de volgende leden gehuldigd bij hun opname in de St.-Genesiusgilde:
A. Deleersnijder (Voorzitter)
G. Hubrecht (Ondervoorzitter)
J. Carlier (Secretaris)
K. Everaert (Penningmeester)
M. Supplie, G. Soen, C. Verfaillie
In hetzelfde seizoen boekte Taal en Kunst een nieuw succes in het Arenatheater met Dertien aan Tafel, dat twaalf keer werd opgevoerd voor een recordopkomst van 1.800 toeschouwers.
Op 22 februari 1975 werd de voorstelling van Een Inspecteur voor U in het Arenatheater gecombineerd met een hulde aan M. en H. Lomme-Scherpereel ter gelegenheid van hun veertigjarig toneeljubileum. Ook gastacteur Bob Herreweghe werd in deze hulde betrokken.
Tijdens de Kaderdagen van het A.W.T. werkte Taal en Kunst actief mee aan de opvoering van Wachten op Karin, de nieuwste creatie van J. Vandenbogaerde.
Op 11 juni 1976, tijdens de algemene statutaire vergadering, werd medegedeeld dat A. Deleersnijder op 24 mei 1976 om louter persoonlijke redenen zijn ontslag had aangeboden als voorzitter van de vereniging. Ondanks pogingen van het bestuur om hem van gedachten te doen veranderen, werd het ontslag uiteindelijk geaccepteerd.
Uit erkentelijkheid voor zijn vele jaren van enorme toewijding benoemde de vereniging A. Deleersnijder tot erevoorzitter van Taal en Kunst. Als nieuwe voorzitter werd G. Hubrecht aangesteld, terwijl A. Declève hem opvolgde als ondervoorzitter.
Het seizoen 1976-1977 werd succesvol geopend met de Nederlandse creatie van Le Tube van Françoise Dorin, vertaald door G. Couckhuyt onder de titel ’n Hit. Onder de regie van M. & H. Lomme-Scherpereel nam Taal en Kunst met dit werk deel aan het Provinciaal Toneeltornooi, waar ze 81% van de punten behaalden en werden ingedeeld in de categorie “Uitmuntendheid”.
Voor het podiumstuk van het seizoen bracht de vereniging een reprise van Paradijsvogels van G. Maertens. Met meer dan honderd deelnemers en onder regie van Marc Claerhout werd het stuk uitgevoerd in een groots opgezette en nog nooit eerder vertoonde montage.
Voor Taal en Kunst werd dit een nieuw hoogtepunt en iedereen was vol lof over wat er op het toneel werd gebracht. De vereniging verzorgde 10 opvoeringen die samen door meer dan 5.000 enthousiaste toeschouwers werden bijgewoond.
Vrijdag 28 januari was een bijzondere dag voor Taal en Kunst. Na een galavertoning van Paradijsvogels werden de volgende verdienstelijke leden gehuldigd in de Nationale Orden voor hun jarenlange toegewijde inzet: M. Supplie, H. Scherpereel, A. Deleersnijder, A. Declève, R. Depoortere en K. Everaert.
Het jaar 1976 bracht ook verdriet: de vereniging verloor twee gewaardeerde leden, Ivan 't Joens (17/2) en August Debo (16/3). Op 3 augustus 1977 overleed Marc Buseyne als gevolg van een tragisch ongeval.
Tijdens het seizoen 1977-1978 vierde Taal en Kunst zijn zeventigjarig bestaan. Het Kortrijkse theaterpubliek kreeg een uitzonderlijk programma te zien, met als hoogtepunt een moderne uitvoering van De Gebroeders Karamazov van Dostojevski. Ter gelegenheid van het jubileum vond op 29 april 1978 de A.W.T. Gouwdag in Kortrijk plaats. De retrospectieve tentoonstelling over Taal en Kunst viel tijdens dit geslaagde Gouwfeest bijzonder op.
Gedurende dit jubileumjaar telde de vereniging 58 actieve leden. Het bestuur bestond uit:
Voorzitter: G. Hubrecht
Ondervoorzitter: A. Declève
Secretaris: J. Carlier
Penningmeester: K. Everaert
Bestuursleden: M. Lomme, L. Moens, G. Soen
In 1979 overleed Gaston Tanghe, medeoprichter en op dat moment het oudste lid van de vereniging.
Tijdens het seizoen 1979-1980 nam Taal en Kunst deel aan het Provinciaal Toneeltornooi. In het Arenatheater werd Valstrik voor een man alleen, een thriller van Robert Thomas onder regie van H. & M. Lomme, opgevoerd. De jury sprak lovende woorden over de prestatie en de vereniging behaalde meer dan 80% van de punten, waarmee ze in de toenmalige Ereafdeling werd ingedeeld. Bovendien ontving Taal en Kunst het Erediploma voor de meest verzorgde uitspraak.
Dankzij deze sterke toneelprestaties en de sympathie van het publiek groeide het aantal abonnees gestaag. In het seizoen 1980-1981 werd een record van 1.200 abonnees bereikt, tegenover 562 in 1974-1975 en ongeveer 800 in 1977-1978.
Op 1 juni 1982 overleed Henri Quartier, op dat moment het oudste levende lid van de vereniging.
Bij de start van het jubileumjaar stierf op 24 september 1982 Margriet Supplie, een van de oudste en meest talentvolle medewerksters van Taal en Kunst.
Het toneelseizoen 1982-1983 stond volledig in het teken van het 75-jarig bestaan van Taal en Kunst. Deze mijlpaal werd met de nodige luister gevierd en ging zeker niet ongemerkt voorbij. Het feestprogramma zag er als volgt uit:
Zondag 5 december 1982, 10.00 u.: Plechtige jubileummis in de O.L.-Vrouwekerk
Zondag 5 december 1982, 11.30 u.: Officiële ontvangst op het Stadhuis
Zaterdag 11 december 1982: Groot jubileumbal in de Kortrijkse Hallen, aangeboden aan alle abonnees van Taal en Kunst
Vrijdag 4 februari 1983, 20.00 u.: Galavertoning van Rust à la Russe in de Koninklijke Stadsschouwburg
Zaterdag 16 april 1983: Groot jubileumbanket voor alle actieve leden van het gezelschap
Het aantal abonnees was intussen gestegen tot bij de 1500.
Het bestuur van Taal en Kunst in het jubileumjaar 1982-1983
Voorzitter: Gustaaf Hubrecht
Ondervoorzitter: Albert Declève
Secretaris: Jean Carlier
Penningmeester: Karel Everaert
Leden: Maurice Lomme, Louis Moens, Gaston Soen, Carlos Vandorpe
Het jubileumjaar groeide uit tot een nieuw hoogtepunt in de geschiedenis van Taal en Kunst. Maar het kende ook een bijzonder tragisch einde.
Op 17 maart 1983 overleed Maurice Lomme, bestuurslid en regisseur. Hij was 72 jaar en een bekende figuur in de Kortrijkse toneelwereld. Zijn overlijden betekende een groot verlies voor het gezelschap.
Amper een week na het jubileumbanket volgde opnieuw droevig nieuws: Gustaaf Hubrecht, voorzitter van Taal en Kunst, overleed plots op 22 april 1983, op 63-jarige leeftijd. Met zijn heengaan verloor de vereniging een bijzonder toegewijde en gewaardeerde voorzitter.
Door het overlijden van M. Lomme en G. Hubrecht werd het bestuur herleid tot zes leden. Er werd bewust beslist om niet overhaast een nieuwe voorzitter aan te stellen en te wachten tot de statutaire bestuursverkiezingen van 1984. Albert Declève, ondervoorzitter, nam in tussentijd het voorzitterschap waar ad interim.
In 1984 nam Taal en Kunst met “Geen Sex in Sussex” deel aan het 30ste Provinciaal Toneeltornooi. Het gezelschap behaalde 87% van de punten, een sterke prestatie waarmee de plaats in de Ere-afdeling overtuigend werd behouden. Opvallend: dit was 6% meer dan bij de vorige deelname vier jaar eerder.
Tijdens de Algemene Statutaire Vergadering van 25 mei 1984 werden de volgende bestuursleden verkozen:
J. Carlier, A. Declève, K. Everaert, L. Moens, R. Sandra, G. Soen, P. Vandermeersch en C. Vandorpe.
Volgens de statuten behield A. Deleersnijder zijn mandaat als erevoorzitter. Het dagelijks bestuur werd voor de volgende vier jaar als volgt samengesteld:
Voorzitter: L. Moens
Ondervoorzitter: A. Declève
Secretaris: J. Carlier
Penningmeester: K. Everaert
Commissarissen: R. Sandra, G. Soen, P. Vandermeersch en C. Vandorpe
In 1987 nam Taal en Kunst deel aan de Stoet van Vlaanderen.
In 1988 werd opnieuw deelgenomen aan het Provinciaal Toneeltornooi, ditmaal met “Montserrat”. Het gezelschap behaalde meer dan 90% van de punten, wat leidde tot promotie naar de hoogste afdeling van het Provinciaal Amateurtheater. De regie was in handen van Marcel de Stoop.
Naar aanleiding van de promotie naar de hoogste afdeling van het Provinciaal Amateurtheater, en in het kader van het tachtigjarig bestaan, werd Taal en Kunst op 16 april 1988 officieel ontvangen op het stadhuis van Kortrijk.
Tijdens deze plechtigheid werden volgende verdienstelijke leden onderscheiden in de Nationale Orden:
Zilveren Palmen in de Kroonorde: A. Deleersnijder, J. Carlier
Zilveren Medaille in de Kroonorde: A. Declève, R. Depoortere
Zilveren edaille in de Orde van Leopold II: G. Soen
Tijdens het daaropvolgende feestbanket in de Salons Darras werden ook leden opgenomen in het Sint-Genesiusgilde:
Goud: Mevr. H. Scherpereel, J. Carlier, M. Carlier, C. Degraeve, G. Soen
Zilver: R. Sandra, C. Vandorpe
In 1985 overleed Léon Denis, verdienstelijk acteur en voormalig bestuurslid.
In 1986 volgde het overlijden van Carlos Verfaillie, eveneens oud-bestuurslid en grondlegger van de technische ploeg.
Voor de statutaire bestuursverkiezingen van 27 mei 1988 stelde A. Declève zich wegens leeftijd niet langer kandidaat. G. Soen werd benoemd tot ondervoorzitter. Het nieuwe bestuur zag er als volgt uit:
Voorzitter: L. Moens
Ondervoorzitter: G. Soen
Secretaris: J. Carlier
Penningmeester: K. Everaert
Commissarissen: R. Sandra, P. Vandermeersch, C. Vandorpe, Y. Verscheure
Volgens de statuten bleef Alfred Deleersnijder aan als erevoorzitter.
Als erkenning voor zijn jarenlange inzet kreeg Albert Declève de titel van ere-ondervoorzitter.
In het najaar van 1988 werden opnieuw leden onderscheiden in de Nationale Orden voor hun jarenlange engagement:
Mevr. H. Lomme-Scherpereel: Gouden Palmen in de Kroonorde
Karel Everaert: Gouden Medaille in de Kroonorde
Maurice Carlier: Zilveren Medaille in de Orde van Leopold II
In 1988 bracht Taal en Kunst een reeks opvoeringen van La Cage aux Folles, het toen fel besproken maar bijzonder succesvolle stuk van Jean Poiret, in een regie en opvallende scenische montage van Marc Claerhout. De keuze van dit werk zorgde intern voor uiteenlopende meningen, maar een later gehouden publieksenquête toonde duidelijk aan dat het voor het brede publiek een echte topper was.
In 1990 overleed Carlos Degraeve, één van de oudste leden van het gezelschap.
Op 4 november 1990 volgde het overlijden van G. Soen, ondervoorzitter en bezieler van de technische ploeg, die hij zelf tot haar toenmalige vorm had uitgebouwd. Hij werd voorlopig niet vervangen als ondervoorzitter. Karel Crombez werd aangesteld als nieuwe leider van de technische ploeg.
Een jaar later, op 29 december 1991, overleed M. Carlier, één van de oudste acteurs van het gezelschap.
Tijdens de algemene statutaire bestuursverkiezingen van mei 1992 maakten Jean Carlier (secretaris sinds 1973) en Karel Everaert (penningmeester sinds 1952) bewust plaats voor een jongere generatie binnen het bestuur.
Sindsdien wordt de toekomst van het gezelschap gedragen door een verjongd bestuur:
Voorzitter: Louis Moens
Ondervoorzitter: Robert Sandra
Secretaris: Pol Vandermeersch
Penningmeester: Yvan Verscheure
Bestuursleden: Eddy Cosaert, Karel Crombez, Dirk Malfait en R. Verfaillie
Dr. jur. Alfred Deleersnijder blijft erevoorzitter.
Karel Crombez werd aangesteld als leider van de technische ploeg.
Aan Jean Carlier en Karel Everaert werd, als erkenning voor hun jarenlange inzet, respectievelijk de titel Eresecretaris en Erepenningmeester toegekend.
In 1993 nam Taal en Kunst deel aan de Provinciale Prijskamp met De Ingebeelde Zieke, de klassieke komedie van J.B. Molière, in regie van Marcel De Stoop. Voor deze productie werden kosten noch moeite gespaard om er een groots opgezet project van te maken. Na de eerste opvoeringen in Kortrijk waren publiek en pers unaniem positief.
Toen de jury uiteindelijk 89% van de punten toekende, wat een terugval naar de tweede klasse betekende, was de teleurstelling groot. Toch aanvaardde het gezelschap sportief het verdict, vastberaden om bij een volgende deelname de verloren plaats in de hoogste afdeling opnieuw te veroveren.
Op 18 januari 1996 verloor Taal en Kunst één van zijn meest verdienstelijke leden: Roger Depoortere. Hij was toen het oudste actieve lid van het gezelschap en aangesloten sinds 1933. Roger was een veelzijdig acteur, zowel in komische als ernstige rollen, en was daarnaast ondervoorzitter van 1960 tot 1970. Zijn overlijden betekende een groot verlies voor de vereniging.
Ook in 1996, op 23 maart, overleed Hilda Lomme-Scherpereel. Binnen Taal en Kunst was zij niet alleen een bekwame actrice, maar ook een sterke regisseur die jarenlang een grote bijdrage leverde aan het artistieke werk van het gezelschap. Voor haar lange toneelcarrière werd zij in 1988 onderscheiden met de Gouden Palmen in de Kroonorde.
In 1997 werd Taal en Kunst opnieuw geconfronteerd met verlies. Op 19 april overleed Georges Baert en op 31 augustus Jan Ghys. Beiden waren jarenlang toegewijde krachten binnen de technische ploeg en leverden een onmisbare bijdrage achter de schermen.
Voor het seizoen 1996-1997 werd Taal en Kunst geselecteerd om deel te nemen aan het 43ste Toneeltornooi. Dit bood het gezelschap de kans om opnieuw te promoveren naar de hoogste afdeling van het Provinciaal Amateurtheater.
De vereniging koos bewust niet voor een eenvoudige weg, maar schreef zich in met «Eén vloog over het koekoeksnest», één van de meest uitdagende werken uit het hedendaagse toneelrepertoire. Het stuk van Dale Wasserman, gebaseerd op de roman van Ken Kesey, had in 1962 in de Verenigde Staten maar liefst 19 onderscheidingen ontvangen en werd wereldwijd bekend dankzij de verfilming met Jack Nicholson in de hoofdrol.
De grote inspanning werd beloond: Taal en Kunst werd door de jury met meer dan 90% van de punten uitgeroepen tot laureaat voor de meest homogene opvoering. De regie was in handen van Frank Van Erven.
Op 10 mei 1996 koos de algemene vergadering acht bestuursleden. Voor de daaropvolgende vier jaar werd het bestuurscollege als volgt samengesteld:
Voorzitter: Louis Moens
Ondervoorzitter: Robert Sandra
Secretaris: Pol Vandermeersch
Penningmeester: Yvan Verscheure
Hoofd technische dienst: Karel Crombez
Commissarissen: Eddy Cosaert, Dirk Malfait en Richard Verfaillie
Op voorstel van de voorzitter, en met unanieme goedkeuring van het bestuur, werden tijdens dit mandaat twee belangrijke statutaire wijzigingen ter stemming voorgelegd aan de algemene vergadering, met het oog op toekomstige bestuursverkiezingen:
Het verkleinen van het bestuurscollege van acht naar zes leden.
Het schrappen van het statutenartikel dat vrouwelijke leden uitsloot van een bestuursfunctie.
Beide voorstellen werden met ruime meerderheid aangenomen.
Intussen had Taal en Kunst opnieuw de puntjes op de i gezet: het gezelschap heroverde met brio zijn plaats in de eerste klasse van het Provinciaal Amateurtheater.
Naast de Zilveren Plaket van de Provincie ontving Taal en Kunst een bijzondere vermelding voor scenografie, samen met de Bronzen Plaket van de Provincie.
Daarnaast kreeg Tom Boury een Bronzen Ereplaket voor zijn vertolking van de rol van Martini.
Het succes was compleet. Alle actrices en acteurs werden geprezen voor hun sterke prestaties, gedragen door de artistieke impuls van Luc Depoortere. Ook regisseur Frank Van Erven en de technische ploeg kregen een welverdiende pluim.
Een pittig detail: toen Taal en Kunst werd gevraagd om op 13 juni 1997 tijdens de proclamatie van het tornooi in Torhout een voorstelling te brengen, konden twee actrices — Martine Degraeve en Carine Theuninck — zich niet vrijmaken. Zij werden last minute vervangen door Suzy Vermeulen en Ellen Daumerie, die de productie alle eer aandeden.
Deze bekroning in het Provinciaal Toneeltornooi vormde een gedroomde start van het jubileumjaar van Taal en Kunst.
Op initiatief van enkele creatieve Taal en Kunsters werd de jubileumviering op een speelse manier ingezet met een geslaagde verrassingsreis langs de Plokkersroute (Abeele–Poperinge) op zondag 21 september.
De officiële viering vond plaats op zaterdag 13 december met volgend feestprogramma:
17.00 uur – Plechtige mis in de Sint-Maartenskerk, ter nagedachtenis van de overleden leden en voor het welzijn van de vereniging.
18.30 uur – Officiële ontvangst in het stadhuis, ter gelegenheid van de promotie naar de 1ste klasse.
Tijdens deze ontvangst werden volgende verdienstelijke leden onderscheiden in de Nationale Orden:
Gouden Palmen in de Kroonorde: Albert Declève, Alfred Deleersnijder en Jean Carlier
Zilveren Palmen in de Kroonorde: Karel Everaert
Op de receptie werden daarnaast volgende leden met zilver onderscheiden in het Sint-Genesiusgilde:
Christine Bekaert, Christiane Cornu, Martine Degraeve, Marleen Duboccage, Denise Messely, Louis Moens en Gaby Uyttenhove.
De medailles werden opgespeld door minister Martens.
Tot slot werd de Provinciale Medaille toegekend aan:
Jean Carlier, Albert Declève, Alfred Deleersnijder, Karel Everaert en Louis Moens.
20.30 uur – Afsluitend groot jubileumbanket in Salons Darras.
Na het feestgedruis keren we telkens weer terug naar de dagelijkse werking van het gezelschap, met alles wat daarbij hoort: eisen, verwachtingen en verantwoordelijkheden. Het organiseren van producties vraagt veel inzet, zowel op organisatorisch, praktisch als artistiek vlak – en dat volledig gedragen door vrijwilligers.
Niet een voorbijgaande bevlieging drijft hen, maar overtuiging. Niet eigenbelang, maar de wil om samen sterke resultaten neer te zetten. Er zijn geen vaste spreekuren: we rekenen op voortdurende betrokkenheid en inzet. Talent en vakkennis krijgen ruimte om te groeien, in een sfeer van verbondenheid en engagement voor het gezelschap en zijn doelstellingen.
Een van onze belangrijkste ambities blijft een warme wisselwerking met het publiek. Daarom zoeken we voortdurend naar het juiste evenwicht tussen onze artistieke dromen en de verwachtingen van onze bezoekers.
In het seizoen 1998-1999 nam Taal en Kunst deel aan het ‘Gouden Meeuw’-toneeltornooi van het Algemeen West-Vlaams Toneel met De doodskopvlinder van Frans Cools. Frank Van Erven nam het stuk grondig onder handen en stond in voor de regie van Caroline Haemers, Suzy Vermeulen, Luc Depoortere en Yvan Verscheure.
Het gezelschap werd laureaat van de wedstrijd, wat resulteerde in verschillende uitnodigingen voor gastvoorstellingen.
Maar niet alles was vreugde. Op 16 maart 1998 overleed Carlos Vandorpe, jarenlang een toegewijd lid van ons gezelschap. Hij was een veelzijdig acteur, die vooral in het komische genre unieke personages wist neer te zetten. Het publiek droeg hem op handen.
Op 21 oktober van datzelfde jaar namen we afscheid van Robert Sandra. Als acteur, regisseur en bestuurslid gaf hij mee vorm aan het profiel van Taal en Kunst. Hij was populair en gerespecteerd, zowel binnen als buiten het gezelschap, en liet een moeilijk te vullen leegte achter.
Een jaar later, in november 1999, overleed Pierre Moenens, een charmante en alom gewaardeerde medestander.
Robert Sandra
Na de verkiezingen van 12 mei 2000 werd het bestuur als volgt samengesteld:
Voorzitter: Louis Moens
Ondervoorzitter: Pol Vandermeersch
Secretaris: Christine Bekaert
Penningmeester: Yvan Verscheure
Hoofd technische dienst: Karel Crombez
Public relations: Eddy Cosaert
Het bestuur bestond voortaan uit zes leden. De functie van commissaris werd afgeschaft en vervangen door een verantwoordelijke voor public relations. Deze hervorming was ingegeven door de wens naar meer transparantie en een efficiëntere werking.
Een bijzonder moment in de geschiedenis van het gezelschap: Christine Bekaert werd de eerste vrouw die binnen Taal en Kunst een bestuursfunctie opnam.
In het seizoen 2000–2001 nam Taal en Kunst voor de tweede keer deel aan het ‘Gouden Meeuw’-toneeltornooi. Het gezelschap bracht ‘Au Bouillon Belge’ van Walter van den Broeck, in een regie van Patrick Mahieu. Met Suzy Vermeulen, Eddy Cosaert en Louis Moens in de cast werd Taal en Kunst opnieuw tot laureaat uitgeroepen.
Op 20 mei 2001 was Taal en Kunst organisator van de jaarlijkse Gouwdag van het Algemeen West-Vlaams Toneel. Onze aanpak bleek een groot succes en werd algemeen erkend en toegejuicht.
‘s Morgens werden de toneelvrienden ontvangen in ons lokaal aan de Lange Steenstraat, waarna ze na de koffie naar de stadsschouwburg wandelden. Na de toespraken van Maurice Poissonnier namens het A.W.T. en van voorzitter Louis Moens namens de organisatoren, volgde een half uur literair cabaret, waarna een receptie door het Stadsbestuur werd aangeboden.
Een eigen busdienst bracht de aanwezigen vervolgens naar restaurant ‘Het Waaihof’ voor het diner. In de namiddag kon men kiezen voor een stadswandeling of een museumbezoek, en om zeven uur verzamelde iedereen opnieuw in de stadsschouwburg voor een optreden van Willem Vermandere, gevolgd door de prijsuitreiking van het ‘Gouden Meeuw’-tornooi. De dag werd afgesloten met een gezellige en uitgebreide afscheidssessie in de foyer.
Heel onverwacht overleed op 17 november 2001 onze grimeur Richard Verfaillie. Het gezelschap rouwde om een warme en geduldige man die in zijn grimekamer altijd een rots was voor zenuwachtige of koppige acteurs.
In het seizoen 2001-2002 werd Taal en Kunst geselecteerd voor de 66ste editie van het Koninklijk Landjuweel, een grote eer en een erkenning, aangezien slechts zes groepen telkens worden toegelaten. Ons gezelschap nam deel met ‘De dans van de reiger’, een confronterend en veeleisend dramatisch stuk van Hugo Claus, onder regie van Patrick Mahieu.
Het stuk werd in wedstrijdverband opgevoerd op 9 februari 2002 in ‘t Gelandt te Menen. Hoewel we het ereschavot niet bereikten, waren de lof van collega’s, de reacties van het publiek en de enthousiaste pers veelzeggend. Het teleurstellende resultaat deed echter niets af aan onze inzet; duidelijk werd dat andere dan artistieke factoren een rol hadden gespeeld. Latere koerscorrecties, het niet uitreiken van de trofee in 2005 en ingrijpende hervormingen op organisatorisch en artistiek vlak bevestigden achteraf dat het Koninklijk Landjuweel destijds in een impasse verkeerde.
Op 8 september 2002 overleed ons ere-ondervoorzitter Albert Declève, een pionier die tot het einde toe het gezelschap onvoorwaardelijk diende. Als acteur, regisseur en bestuurslid bleef Albert volledig vergroeid met Taal en Kunst.
Op 15 april 2003 stierf Rony Seynaeve, een man die geen grote rollen ambieerde, maar elke opdracht met toewijding aannam en vaak opvallend sterke prestaties leverde.
In 2004 trok opnieuw somber weer over ons gezelschap met het overlijden van Karel Everaert op 11 februari. Hij was een man zonder franjes, iemand van zijn woord, en als bestuurslid – vooral als penningmeester – jarenlang een stevige steunpilaar voor Taal en Kunst.
In mei 2004 traden de bestuursleden opnieuw demissionair. De algemene vergadering bracht haar stem uit, wat resulteerde in de volgende samenstelling van het bestuur:
Voorzitter: Louis Moens
Ondervoorzitter: Pol Vandermeersch
Secretaris: Christine Bekaert
Penningmeester: Yvan Verscheure
Hoofd technische dienst: Luc Depoortere
Public relations: Katrien Baert
In de aanloop naar het seizoen 2004-2005 verhuisde onze technische ploeg naar een atelier aan de Doorniksewijk in Kortrijk. Verhuizen is voor onze technici geen onbekend terrein; geschikte en betaalbare werkruimtes zijn zeldzaam. Hopelijk biedt deze nieuwe locatie voldoende infrastructuur en comfort om hun vele en essentiële werk goed te kunnen uitvoeren.
Op Tweede Kerstdag 2005 overleed Alfred Deleersnijder, onze erevoorzitter. Hij was een fijnbesnaard, sociaal alert man met een brede culturele interesse. Zijn aanpak was diplomatiek, doordacht en vastberaden, en hij stond altijd voor iedereen klaar. Zulke medewerkers zijn zeldzaam en onvervangbaar.
Op 17 juni 2006 werd Taal en Kunst opnieuw diep geraakt door het overlijden van Jean Carlier, onze eresecretaris en nestor van het gezelschap. Zijn lidmaatschap was nooit louter een formaliteit; het was een uitdaging die hij met overtuiging, doorzettingsvermogen en efficiëntie tot het einde toe aanging. Met zijn heengaan verloor de vereniging een inspirerende voortrekker.
In de bloei van zijn leven overleed op 1 maart 2007 Paul Moenens. Hij was een bescheiden, maar waardevolle medewerker en een vriend bij wie het altijd aangenaam vertoeven was.
Van bij de stichting in 1907 tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog trad Voor Taal en Kunst op in de zaal van de Katholieke Bond in de Handboogstraat in Kortrijk. Na de vernieling van deze zaal werd in 1919 de grote feestzaal van het Stadhuis beschikbaar gesteld, en vanaf de opening van de nieuwe Stadsschouwburg in december 1920 trad Taal en Kunst er op. Tot vandaag is dit nog steeds de hoofdlocatie, al wordt sinds 1970 jaarlijks ook opgetreden in het Arenatheater, dat aan de schouwburg werd toegevoegd. Daarnaast vinden voorstellingen nu ook plaats in de Concertstudio.
Naast de reguliere voorstellingen gaven we, door de grote belangstelling, vaak meerdere extra opvoeringen van hetzelfde stuk.
Daarnaast verzorgde Taal en Kunst tal van opvoeringen met vaak liefdadigheidsdoeleinden in diverse andere zalen in Kortrijk, zoals het Middenstandshuis, St.-Jozefsinstituut, St.-Rochuskring, Patronaat van de H. Godelieve, Mariakring, Vlaams Huis, St.-Amandscollege, Concordia en de zaal van de Vrije Technische Scholen.
Ook buiten Kortrijk traden we op, onder andere in Bellegem, Deerlijk, Menen, Moen, Roeselare, Torhout, Vlamertinge en elders. In 1947 gaf Taal en Kunst een bijzondere uitvoering van «De Gebroeders Karamazov» in Almelo (Nederland), als onderdeel van een culturele uitwisseling.
Het gezelschap nam ook deel aan tal van toneelwedstrijden in het hele land, bijvoorbeeld in Berchem, Boom, Borgerhout, Oostende, Gent en Turnhout.
In recente jaren is echter zoveel mogelijk afgezien van vertoningen buiten Kortrijk, om de toenemende druk van de eigen programmatie te kunnen dragen.
Wel bleef Taal en Kunst deelnemen aan massaspelen en stoeten, zoals het Guldensporenspel (1952), de Taalstoet (1960), de Stoet van Vlaanderen (1987) en de tweejaarlijkse Licht- en Klankwandelingen die door het stadsbestuur worden georganiseerd tijdens de Elf Julifeesten.
Een bijzondere eer viel ons te beurt op 13 juni 1997, toen Taal en Kunst op de proclamatie van het 43ste Toneeltornooi in Torhout een vertoning gaf van het bekroonde werk Eén Vloog over het Koekoeksnest.
Ter gelegenheid van onze 100ste editie ontvingen we felicitaties van de toenmalige burgemeester van Kortrijk. Je kan ze hier bekijken.
Deze pagina kwam mede tot stand dankzij het werk van Dr. jur. Alfred Deleersnijder, Albert Declève, Jean Carlier en Louis Moens, en is gebaseerd op hun edities van de publicatie Zo leefde taal en kunst uit 1958 (eerste editie), 1978 (tweede editie), 1982 (derde editie) en 2008 (vijfde editie). Teksten werden verwerkt met ondersteuning van ChatGPT en Google Gemini. De laatste wijzigingen dateren van 2008.